Wildlife galore
Hoi allemaal, Robert hier, voor de verandering!
Ik maak nu alweer een paar weken deel uit van het koala management programma en het is geweldig! Het programma is ongeveer 15 jaar geleden in het leven geroepen omdat er teveel koala’s op Kangaroo Island zijn en ze veel schade aanrichten aan bepaalde eucalyptusbomen. Om ervoor te zorgen dat er in de toekomst ook nog voldoende bomen zijn voor volgende generatie koala’s moeten er koala’s weg en moeten er bomen bij. Dat doen wij dus. Elke dag gaan er twee teams de bossen in om koala’s te vangen. Deze nemen we dan mee naar de dierenarts die ze vervolgens steriliseert. Daarna zetten wij de koala’s weer terug in het wild, meestal op KI maar soms worden ze naar het vaste land gevlogen.
In de eerste week ben ik getraind in het veilig beklimmen van bomen (die hier toch al snel boven de 30 meter uit kunnen groeien). Dit is anders dan het klimmen in bv een klimhal waarbij een tweede persoon het touw strak houdt en ervoor zorgt dat je niet op de grond valt als je de muur loslaat.
Wij klimmen individueel. Ik bent dus zelf verantwoordelijk voor het zekeren. Het mooie is dat ik me geen zorgen hoeft te maken of de ander wel oplet. Helaas is het wel een stukje zwaarder om te klimmen omdat ik mezelf dus als het ware omhoog moet trekken. Maar wat is dat een heerlijk gevoel.
De hoogste klim tot nu toe is ongeveer 20 meter geweest. En ik moet zeggen dat ik dat toch best een beetje spannend vond. De takken waaraan ik hing gingen gewoon heen en weer in de wind en tegelijkertijd probeerde ik ook nog eens een koala te lasso-en met een 7 meter lange paal.
De rest van de crew ligt in het gras om geen stijve nek te krijgen en geven de klimmer aanwijzingen hoe die de klim het beste aan kan pakken. Zo zie je maar dat de beste stuurlui... absoluut niets doen.
Voor de training moesten wij ook een reddingsklim uitvoeren. In dit geval raak ik bewusteloos en moet collega Ben mij veilig op de grond krijgen. Grappig om te oefenen. Ik hoop dat nooit op 30 meter voor het echie te hoeven doen.
In de tweede week werd ik getraind in 'koala handling'. Het vangen van een koala is niet zo eenvoudig als je zou denken. Een koala is absoluut een rustig, sloom en knuffelachtig dier als het in een boom zit te relaxen. Maar op het moment dat wij hem vangen met een lasso en hem uit de boom proberen te halen is ie minder rustig. Ik kwam er al snel achter dat de tanden en enorme klimklauwen iets zijn om bij uit de buurt te blijven. Het gaat er dus vooral om het hoofd koel te houden en de dieren op de juiste manier te behandelen. Maar de meeste koala’s vinden dit maar niks en soms duurt het meer dan een uur om één koala uit een boom te krijgen.
Eerst tuigen we ons op met allerhande materiaal dat we in de boom nodig denken te hebben.
Daarna klimmen we de juiste boom in (meestal de boom met de koala).
Vervolgens proberen we de koala te vangen met een klein lusje aan een hele lange paal. Dat is nog een hele truuk en doet me soms een beetje denken aan zo'n vishengel spelletje dat ik had toen ik klein was.
Het is de bedoeling dat we de dieren bij hun nekharen pakken en hun zitvlak naar beneden houden. Zo kunnen ze hun klauwen niet naar achteren krijgen en zitten de tandjes ook aan de juiste kant, van de vanger af. Maar ondertussen kunnen we wel genieten van het feit dat we een koala vast hebben.
En voordat we ze in een kooi stoppen, moeten we ze eerst een oormerk geven. Ik moet elke keer even slikken als ik dat doe want dat oormerk is best wel dik en moet door zo'n klein oortje. Gelukkig is dat binnen een aantal seconden gebeurd en zijn ze dan klaar voor de dierenarts. (Voor de sterilisatie, en niet voor oor-behandeling;-))
Het beste gedeelte van mijn baan komt nadat de koala's zijn gesteriliseerd. Dan worden ze weer teruggezet. We proberen ze terug te zetten zo dicht mogelijk bij waar ze vandaan komen, meestal zelfs dezelfde boom.
Meestal duurt het een minuutje waar ze in het kooitje blijven zitten voordat ze genoeg vertrouwen in de situatie hebben om naar buiten te gaan. Maar zodra ze merken dat ze weer vrij zijn, willen ze zo snel en hoog mogelijk de boom in.
Ze zien er zo schattig uit, maar toch is het ook altijd raar als we ze uitzetten. Opeens valt het op dat ze een rood oormerkje hebben en een paars/roze geschoren buik. Ze zijn meestal nog een beetje ontdaan van alles en nog een beetje instabiel maar dat trekt allemaal bij.
We vangen de meeste koala’s in gebieden waar geen asfaltwegen zijn, dus ik ben tussendoor ook nog even getraind in het rijden in auto’s met vierwielaandrijving (4WD)!! Man, het is alsof ik word betaald om avonturen te beleven! De training hebben we gedaan in Flinders Chase National park. Ik vond het te gek om zelf te ervaren hoe het voelt om grip te verliezen als je een bocht te snel neemt op een zand- of kiezelweg. En hoeveel meer grip je hebt met vierwiel- ipv tweewielaandrijving. Gelukkig allemaal onder redelijk veilige omstandigheden...
En alsof mijn werk nog niet avontuurlijk genoeg is, ik kom net terug van Flinders Chase NP en heb een heus vogelbekdier in mijn handen gehad!! Een van mijn collega’s doet onderzoek naar vogelbekdieren op Kangaroo Island. Hij wil meer te weten komen over de aantallen en de demografie van deze schitterende beestjes. De opzet is redelijk eenvoudig.
In teams plaatsen we een aantal fuiknetten in een kreek en checken elke 4 uur of er iets inzit. Als er eentje inzit halen we het dier eruit en brengen we het naar het lab. Daar wordt het beestje gemeten en gewogen en vervolgens laten we hem weer vrij.
Om twee uur 's nachts ging ons team terug om de netten te checken. Hier zie je hoe Phil, mijn team leader, een vogelbekdier bij de staart heeft en hem uit het net haalt.
De mannetjes hebben een gifspoor aan hun achterpoten, voorzichtig dus met het vasthouden!
Het vogelbekdier (platypus in het Engels) is een fantastisch dier. De bek, die eruit ziet als een snavel, is zacht. Het voelt een beetje aan als een mensen-onderlip, zacht maar toch een beetje stevig. In die snavel zitten elektroreceptoren waarmee het diertje zijn prooi onderwater kan vinden. Hij gebruikt daarvoor dus niet zijn ogen of oren.
Er worden allerlei gegevens verzameld. Dit is de onderkant van de staart van een vrouwtje. Er wordt gekeken of ze littekens heeft, of ze bijtmerken heeft van een mannetje en hoe haar lichamelijke conditie is. Dat is allemaal uit de staart af te leiden. Vogelbekdieren slaan extra reserves op in hun staart. Als de staart dus dik en stevig is heb je te maken met een gezond dier. Aan de andere kant van de schaal heb je dieren waarvan de conditie slecht is waarbij de staart redelijk slap is en zelfs in beide richtingen gebogen kan worden.
En voor mij was dit natuurlijk het hoogtepunt. Een vogelbekdier vasthouden is iets heel speciaals. Deels omdat dit misschien de enige keer in mijn leven zal zijn. Maar vooral omdat het diertje zelf zo onwijs gaaf is. Een dier dat eieren legt en een snavel heeft maar toch een zoogdier is. Hoe cool is dat?
In het filmpje kun je een beetje zien wat er zo'n beetje gebeurt tussen vangen en vrijlaten. Soms zijn de beelden een beetje korrelig omdat we voornamelijk 's nachts aan het werk waren.
Dit is natuurlijk allemaal een fantastische ervaring, maar het is extra spectaculair als zoetwaterkreeften ook die netten binnen zwemmen. Bepaalde zoetwaterkreeften (marron in het Engels) komen hier van nature niet voor en als we ze vangen mogen we ze helaas niet weer terugzetten. Deze beestjes belanden daarom op het menu van de volgende dag. En bijna iedereen krijgt een zak kreeft mee naar huis. Niet verkeerd… helemaal niet verkeerd.
